Privacy voor jongeren: geven & delen

Rutger van den Berg


Generatie Z is de eerste generatie die geen wereld zonder internet kent. Hoe kijken deze jongeren naar een begrip als privacy? Recent onderzoek van Newcom toont dat 52% van de 15-19 jarigen zich wel degelijk zorgen maakt over privacy. Jongeren willen zelf zoveel mogelijk bepalen wat, wanneer en met wie ze hun informatie delen. Het bewaken van hun privacy beschouwen ze steeds meer als hun eigen verantwoordelijkheid en minder als een recht dat door instanties wordt gehandhaafd. Toch lijkt het toenemende bewustzijn en verantwoordelijkheidsgevoel hen nog niet te stimuleren om massaal over te stappen op ‘veilige’ social media als Diaspora en Threema: online omgevingen waar ze echt controle hebben over hun privacy. Waar ligt dat aan?
Jongeren ervaren het thema privacy op twee niveaus:

 

  1. Sociaal niveau: wat deel ik binnen en buiten welke sociale kring?
    Jongeren denken goed na over hun online imago: hoe wil ik dat andere mensen mij zien? Het beeld dat ze willen projecteren verschilt per sociale groep. Veel 17-jarigen willen ten slotte een andere indruk achterlaten op hun leeftijdgenoten dan op hun ouders en familie. Binnen hun alledaagse mediagebruik delen jongeren daarom verschillende elementen van hun ‘curated self’ met hun beste vrienden, kennissen, ouders of de rest van de wereld. De gemaakte keuzes komen vaak voort uit de afweging: wat levert het me op om mijn interactie en activiteiten openbaar(der) te maken? En wat zijn de risico’s als dan ook mijn ouders of volledig onbekenden kunnen volgen waar ik me mee bezig houd? De gemaakte keuzes kunnen we beschouwen als de mediastrategie binnen hun online imagomanagement. Dat is een relatief bewust proces. Zo bleek al in 2013 uit een onderzoek van NUtech dat jonge Facebook-gebruikers regelmatig pro-actief hun privacyinstellingen aanpassen, significant vaker dan oudere gebruikers (30+). Jongeren ervaren een vrij groot gevoel van controle op dit niveau: ze voelen zich binnen de kaders van het sociale medium eigenaar van hun persoonlijke informatie omdat zij zelf kunnen bepalen wat ze in welke kringen delen. Opvallend is dat deze controle slechts zelden resulteert in het volledige afschermen van gegevens, of in het negeren of verlaten van een digitaal medium.
  2. Institutioneel niveau: wat weten organisaties van mij en wat doen ze met die informatie?
    Ondanks het gevoel van controle binnen een specifiek medium, beseffen veel jongeren dat hun idee van ‘controle’ op een grotere schaal geen standhoudt. Diverse online diensten van met name Facebook en Google faciliteren op grandioze wijze het o-zo-belangrijke contact met vrienden, kennissen en andere gelijkgestemden. Het gebruik van deze diensten heeft echter wel een prijs: in ruil beschikken zij over jouw persoonlijke gebruikersdata. Deze data kun je dus wel bewust afschermen voor specifieke sociale kringen, maar dat betekent niet dat ze niet toegankelijk zijn voor onbekende derden. Als gebruiker van digitale media heb je nooit 100% controle. De houding van jongeren ten opzichte van deze ruilhandel kan variëren van onverschillig tot positief of zeer kritisch. Het ene moment roepen ze: “Ach ik heb toch niks te verbergen” en klikken ze zonder te lezen door de gebruiksvoorwaarden. Soms zijn jongeren ook enthousiast over de (commerciële) inzet van datamining en profiling. Dit zorgt er namelijk voor dat de (toch al gigantische) stroom reclameberichten in ieder geval in lijn is met hun interesses. Op andere momenten worden ze echter bevangen door een lichte paranoia. Dan is het beklemmend dat ze niet weten wie of welke organisaties er meekijken met hun online activiteiten en maken zich ook druk over de gevolgen op de lange termijn: “Wat als mijn instagram-activiteiten gekoppeld worden aan mijn medisch profiel?”  Toch zijn ook deze momenten van kritische beschouwing zelden reden genoeg om radicaal te breken met de bekende digitale/social media. Lena, lid YoungWorks-Trendteam legt de afweging als volgt uit: “Het probleem is dat je wel kunt proberen zoveel mogelijk jezelf te beschermen, maar echt anoniem surfen is er eigenlijk niet meer bij. Alles wordt geregistreerd en voor steeds meer online services moet je eerst ingelogd zijn. Vandaar dat ik bij vlagen heel voorzichtig ben, niets toezeg en mijn webcam afplak. Om vervolgens toch weer datzelfde email adres voor alle platformen te gebruiken, alle voorwaarden te accepteren en mijn echte adres invul. Want ja, anders kun je helemaal niets.”

 

Veel jongeren willen de controle over hun persoonsgegevens dus wel in eigen handen nemen om baas te blijven over hun (online) imago, maar zijn op grotere schaal (institutioneel niveau), bijv. in het controleren of voorkomen van de ‘schimmige’ kanten van datamining, minder daadkrachtig. De behoefte om behoeften direct te bevredigen en de voortdurende Fear of Missing Out winnen het bij jongeren meestal van de zorgen over privacyrisico’s op de lange termijn. Logisch, het grillige puberbrein is nu eenmaal overgevoelig voor impulsen in het hier en nu en de voortdurende stroom van digitale prikkels zet slechts zelden aan tot een rustige afweging van voordelen vs. risico’s bij het achterlaten van persoonsgegevens. Helemaal wanneer een digitaal medium als toegangspoort tot hun vrienden dient.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in de Marketingtribune nr. 3

Disclaimer Back to top