De Puberijsberg: verbinding maken met leerlingen


Het maakt een groot verschil of er wel of niet een ‘klik’ is tussen een docent en een leerling, of zelfs met een hele klas. Verbinding tussen docent en leerling is de basis van bijna alle studiesucces. Het gaat erom dat jongeren zich ‘gezien’ voelen. Maar hoe krijg je dat als docent voor elkaar? Ingrid van Essen beschrijft in haar boek “Effectief en affectief lesgeven aan pubers” hoe de puberijsberg werkt en hoe je heel praktisch contact kan maken met jongeren. Een superpraktisch boek voor zowel beginnende als hele ervaren docenten.

Een paar maanden geleden sprak ik een docente Engels, een flamboyante vrouw in een opvallende jurk. Zij vertelde over twee vriendinnen in havo 4 die altijd op de achterste bank zaten en voor Engels nooit boven een zesje scoorden. Meer zou het volgens haar ook nooit worden. Op een dag complimenteerde één van deze meiden haar juf met een prachtige jurk die ze droeg. ‘Dank je. Heb ik zelf gemaakt,’ mompelde de docente. Voor ze het wist hingen deze meiden aan haar lippen. Ook zij maakten zelf hun kleding. Opeens ging het gesprek over knippatronen en naaimachines en vanaf dat moment hadden de meiden van de achterste bank voor of na iedere les een momentje met hun juf waarin ze praatten over hun gezamenlijke hobby. Tot verbazing van deze docent stegen de cijfers van deze twee leerlingen binnen drie maanden van een zesje naar gemiddeld een 8. En dat bleef ook zo. Hoe kan dat? Veel docenten onderschatten dat leerlingen werken voor hun docenten. Voor een interessante, aardige, begripvolle of inspirerende docent wil je harder werken. Maar vooral voor een docent die jou ziet staan.
De verbinding tussen leerling en docent is een cruciale succesfactor in het onderwijs. Dit is geen ‘softe’ benadering van het onderwijs. Het gaat juist om het inzetten van praktische vaardigheden om jongeren optimaal te laten presteren.
Model van de puberijsberg
Als leerlingen zich verbonden voelen met hun docent, doen ze harder hun best, zijn ze beter aanspreekbaar op hun gedrag en is de sfeer in de klas beter.
In haar boek gebruikt Ingrid van Essen het ijsbergmodel van McClelland, dat ze toepasbaar heeft gemaakt voor het werken met pubers. Welk deel van zichzelf laten jongeren aan anderen zien? En welk deel zit ‘onder water’? Door de puberijsberg te onderzoeken zie je dat er vier niveaus zijn, bewust en onbewust, die samen het gedrag bepalen. Het gedeelte boven de waterlijn is het imago dat jongeren bewust laten zien. Verstopt onder water zitten iemands zelfbeeld, normen en waarden, eigenschappen en motieven. Van Essen zet een groot aantal theorieën en onderzoeken overzichtelijk bij elkaar waarmee de achtergronden van zogenaamd pubergedrag begrijpelijker worden, waardoor je er een dieperliggende betekenis aan kunt geven. De grote verdienste van dit boek is dat deze theorie op een hele inspirerende manier aan de praktijk van lesgeven wordt verbonden.
Ingrid van Essen heeft jarenlang in de praktijk uitgeprobeerd wat het beste werkt. Ze stelt de goede vragen en maakt scherpe analyses (wat gebeurt er met een leerling die een bepaald soort ontwijkend of provocerend gedrag vertoont? Waarom is de sfeer in een bepaalde groep niet goed en wat kun je daar als docent aan doen?).  Ze geeft veel praktische tips hoe je als docent kan zorgen dat je niet misleid wordt door de buitenkant van je leerlingen en hoe je een gesprek kunt aangaan om leerlingen te helpen zichzelf beter te begrijpen.
Het boek geeft kort en krachtig handvatten en voorbeelden voor motiverende gespreksvoering, oplossingsgerichte communicatie en het geweldloos en respectvol communiceren. Daarmee leer je jongeren te helpen om te reflecteren op hun belangrijkste vragen:
–        Wat laat ik zien? (hun imago)
–        Wat voel ik, wat wil ik? (hun gevoelens en behoeften)-
–        Wat kan ik? (hun kwaliteiten/vaardigheden en talenten)
–        Wie ben ik (hun identiteit en zelfbewustwording)
Gesprekstechnieken en lesvormen
Iedereen die werkt met pubers (van welk niveau dan ook) weet hoe lastig het is om in de praktijk een gesprek te voeren over die diepere lagen waar jongeren zich onzeker en kwetsbaar over voelen. Maar juist hun eigen verwarring veroorzaakt het gedrag waar volwassenen vaak zo’n moeite mee hebben. Ongeïnteresseerd gedrag is vaak een vorm van onzekerheid, stoer en agressief gedrag betekent vaak een vraag om aandacht. Zonder dingen heel groot te maken vertelt Van Essen hoe je daar goed mee om kan gaan. In het derde deel van dit boek geeft ze voor iedere laag van de puberijsberg een aantal werkvormen en energizers voor in de klas, waar je direct mee aan de slag kunt. Als iedere mentor daar een paar keer per jaar naar grijpt, wordt de sfeer in de klas gegarandeerd een stuk harmonieuzer.
Zelf heb ik als gastauteur een kort hoofdstuk mogen schrijven over hoe je als docent kunt zorgen dat er voor je leerlingen ruimte is om te excelleren en hoe je ze ondersteunt om ergens goed in te worden. De bril waarmee je naar leerlingen kijkt is daarbij cruciaal, maar dat geldt voor de opzet van dit hele boek.
Verbinding maken is geen trucje of een aangeboren talent, maar een vaardigheid die je kunt leren. Verbinding tussen docent en leerling is de basis van alle studiesucces. Als docent kun je ervoor zorgen dat leerlingen zich meer gezien voelen door er bewuster mee om te gaan. Het is indrukwekkend hoe het leerrendement daardoor omhoog springt. Dit boek geeft een hele goede basis met veel praktische tips en complete werkvormen. Een must-read voor iedere docent, mentor en jongerencoach om beter contact te maken met leerlingen.
“Effectief en affectief lesgeven aan pubers – Verdieping van pedagogische vaardigheden voor docent en mentor”, Ingrid van Essen (Uitgeverij Lannoo, 2014) € 29,99 –  ISBN 978 94 014 1481 4
Dit boek is te koop in onze webshop!
Misschien ook interessant voor jou: we organiseren regelmatig workshops over het puberbein en motivatie.

Disclaimer Back to top