Van robofoob naar robofiel

Update

Stuiteren op internet: jongeren & informatieverwerking

We horen steeds vaker berichten dat  jongeren veranderen door hun intensieve internetgebruik. De niet te stoppen digitale informatiestroom verandert de manier waarop ze omgaan met informatie. Onderzoek toont aan dat de huidige generatie jongeren informatie op andere wijze verwerkt dan oudere generaties. YoungWorks verdiept zich in de oorzaken en gevolgen van deze nieuwe manier van informatievergaring en verwerking.

Uit onderzoek van Digivaardig & Digibewust en Stichting Mijn Kind Online blijkt dat 78% van de jongeren gebruik maakt van internet bij het maken van huiswerk. Jongeren maken niet alleen steeds meer gebruik van internet, ze navigeren ook steeds sneller in het woud van online informatie. Een 13-jarige is bij het schrijven van een werkstuk niet langer afhankelijk van de plaatselijke openbare bibliotheek. Jongeren zoeken snel en gemakkelijk informatie op internet met behulp van Google & Wikipedia en als ze de juiste info niet direct zelf vinden, vragen ze het gewoon via sociale media aan de mensen in hun netwerk. Een typisch bijvoorbeeld hiervan is de Twitter hashtag: #durftevragen. Je wilt iets weten? Vraag het met behulp van de hashtag aan ruim 1,5 miljoen Nederlandse Twitter-gebruikers. Grote kans dat iemand het je kan vertellen. Internet kan in die zin worden gezien als de externe harde schijf van het menselijk geheugen. Alle relevante informatie is altijd binnen handbereik en de noodzaak om alles te onthouden wordt daarmee kleiner. Waarom zou je alles in je geheugen opslaan als je het met een klik op de knop terug kunt halen? Zoals de infobesitas-trend echter liet zien vinden jongeren het soms lastig om verantwoord om te gaan met al deze mogelijkheden. Nu blijkt dat het binnen de informatiemaatschappij ook moeilijk is om volledig in één onderwerp te duiken Nieuwe impulsen verdrijven in de online omgeving constant de oude kennis, je wordt altijd doorgestuurd naar de volgende bron. Deze dynamische omgeving verandert de manier waarop jongeren informatie beoordelen en verwerken.

Jongeren en online informatie

Uit onderzoek van professor David Nicholas van het University College London blijkt dat jongeren sneller online informatie tot zich nemen dan oudere generaties. In zijn onderzoek beantwoordden de meeste 12- tot 18-jarigen zijn vragen al voordat ze de helft van de beschikbare online informatiebronnen hadden bekeken. Ook bekeken jongeren de bronnen zes keer zo kort dan hun ouders.

Nicholas constateert dat jongeren als het ware over het virtuele landschap stuiteren. Vier van de tien jongeren blijkt bij het surfen nooit naar dezelfde pagina terug te keren. ‘Ze hoppen van site naar site, kijken naar één of twee pagina’s, surfen weer verder, kijken opnieuw naar één of twee pagina’s, gaan weer verder. Niemand lijkt ergens lang te blijven.‘ Aldus Nicholas in The Telegraph.

Deze vluchtige manier van surfen verschilt met die van eerdere generaties. Mensen die zijn opgegroeid vóór het internettijdperk keren wel regelmatig naar dezelfde informatiebron terug.

Internetbezoekers worden aangemoedigd om snel van website naar website te surfen, in plaats van zich te concentreren op één bron. Ze worden constant blootgesteld aan korte termijn-impulsen als hyperlinks, video’s, banners en advertenties. Jongeren zijn hier extra gevoelig voor vanwege onvolledig ontwikkelde hersenen: binnen het puberbrein is de frontaalkwab nog niet volledig ontwikkeld. De frontaalkwab is onder andere verantwoordelijk voor impulsbeheersing, beoordelingsvermogen en probleemoplossing. Jongeren zijn dus minder goed in staat zich te concentreren, korte termijn-impulsen te weerstaan en informatie te beoordelen dan volwassenen. Met als gevolg dat jongeren sneller dan volwassenen over het internet heen en weer schieten.

Naast deze natuurlijke ‘tekortkomingen’ van het puberbrein heeft volgens David Nicholas de online omgeving ook voor een verandering in informatieverwerking bij jongeren gezorgd. Het menselijk brein is namelijk plastisch: wat je vaker doet ga je beter doen omdat zich neurale verbindingen vormen. Jongeren zijn door intensief internetgebruik al van jongs af aan gericht op snel wisselen tussen diverse online bronnen. Hierdoor leggen en versterken hun hersenen verbindingen om dit steeds sneller/makkelijker te kunnen. Naarmate ze ouder worden blijven deze hersenverbindingen zich ontwikkelen en worden jongeren steeds vaardiger in het navigeren in een online omgeving. Dit geeft ze qua snelheid een voorsprong op oudere generaties op het gebied van online informatieverwerking.

Binnen de hersenwetenschap bestaat discussie over het belang van de plasticiteit van het menselijk brein. De experts wisselen van mening over hoe plastisch het brein is. Duidelijk is echter wel dat evolutionaire aanpassingen heel traag gaan. Hoe snel de samenleving ook verandert; het menselijk brein verandert door de decennia heen niet mee. De door Nicholas gemeten hersenverandering ten opzichte van oudere generaties moet dan ook wel verklaard kunnen worden vanuit plasticiteit. Het gevonden verschil tussen de huidige generatie jongeren en oudere generaties is bijzonder relevant. Wat is de aard van het verschil en wat zijn de mogelijke gevolgen ervan?

Klik zoem op internet

De nieuwe ‘associatieve’ manier van denken van jongeren zorgt er volgens David Nicholas voor dat jongeren sneller kunnen navigeren, maar ook minder goed in staat zijn ‘lineaire’ taken uit te voeren, zoals een boek uitlezen en lange analyses schrijven. Hun hersenen hebben zich aangepast aan de online omgeving, waarbinnen een volledige tekst lezen bijna onmogelijk is. Dit gegeven wordt ondersteund door onze ervaringen bij YoungWorks. We horen regelmatig klachten van docenten en ouders over het feit dat jongeren steeds meer moeite hebben met zich concentreren en het verwerken van uitgebreide stukken informatie. Als jongeren op scholen wordt verteld dat ze een boek van begin tot eind moeten lezen, beginnen ze massaal te kreunen en zuchten omdat het te veel bladzijdes zijn.

Hoe gaat informatieverwerking bij jongeren dan precies te werk? Waarom zijn ze sneller dan ouderen en waarom zijn ze minder goed in lineaire taken? Robert Cialdini beschrijft in zijn boek ‘Invloed’ op treffende wijze hoe mensen informatie vergaren in een online omgeving. Hij maakt daarbij gebruik van de klik, zoem theorie. Volgens deze theorie hebben mensen alleen écht aandacht voor de betrouwbaarheid van een bron wanneer de informatie persoonlijk relevant is. Wanneer informatie niet relevant is voor jou, maak je namelijk gebruik van mentale kortsluitingen om zo snel mogelijk de waarde en betrouwbaarheid van de informatie te bepalen. Een goed voorbeeld van een mentale kortsluiting is het ‘expert=betrouwbaar’ argument. Wanneer we een tekst zien over ontwikkelingen in de Nederlandse economie die is geschreven door een professor in de economie, zullen we de tekst al snel als de waarheid beschouwen, het is tenslotte geschreven door iemand die er verstand van heeft.

Op internet ligt het tempo van informatievergaring enorm hoog, met als gevolg dat de gebruiker meer afhankelijk wordt van mentale kortsluitingen; er is online simpelweg geen tijd om persoonlijke relevantie te bepalen en een volledige tekst te analyseren en controleren. Omdat jongeren zich aanpassen aan de online omgeving en zo snel mogelijk van bron naar bron willen switchen, verwerken zij de informatie vrijwel volledig aan de hand van mentale kortsluitingen. Ze slaan het bepalen van persoonlijke relevantie over. In combinatie met de eerder genoemde tekortkomingen van het puberbrein verhoogt dit het risico om informatie verkeerd te beoordelen. In een onderzoek van onderzoekbureau Dialogic in opdracht van Mediawijzer.net komt dit ook duidelijk naar voren. Jongeren laten het vaak na informatie op internet kritisch te beoordelen. Ze zijn zich er onvoldoende van bewust dat gegevens op het web niet altijd even betrouwbaar zijn en nemen informatie te snel voor waar aan.

Een gevaar?

Het eerder genoemde geklaag van moderne jongeren over de dikte van een boek is na bovenstaande uitleg vrij begrijpelijk. Hun hersenen zijn simpelweg minder geprogrammeerd om informatie tot in detail te bestuderen. Het gegeven dat jongeren meer moeite hebben met het verwerken van lange diepgaande bronnen baart oudere generaties zorgen. Hoe moet het verder als jongeren niet meer in staat zijn om diep in de beschikbare informatie te duiken?

Sommige wetenschappers zijn bang voor toenemende oppervlakkigheid. Ook de filosoof Nicholas Carr, schrijver van het boek ‘The Shallows: What the Internet Is Doing to Our Brains’ is van mening dat de informatieversnelling een slechte ontwikkeling is. ‘Het zorgt ervoor dat het werkgeheugen in de hersenen wordt beperkt. Het kortetermijnwerkgeheugen wordt overladen met korte snippers van informatie. We blijken maar 2-4 dingen tegelijk tot ons te kunnen nemen. Met internet en de moderne technologie proberen we veel meer dingen tegelijk te verwerken, waardoor er een overload plaatsvindt en informatie niet het langetermijngeheugen bereikt.’ (bron: Molblog.nl)

De toenemende informatiestroom is echter niet te stoppen. Mensen moeten zich daarom ondanks de risico’s aanpassen om de beschikbare informatie te kunnen verwerken. Onder jongeren zien we deze aanpassing nu duidelijker vorm krijgen, met alle gevolgen van dien.

Van aanpassing naar vooruitgang

Zoals eerder in dit artikel werd aangestipt, vertrouwen veel jongeren op de waarde van collectieve online kennis. Laten we niet vergeten dat de dynamische online omgeving een heleboel voordelen heeft. Het laat ons nieuwe dingen ontdekken, nieuwe informatie, nieuwe mensen en alles is vanaf één plek beschikbaar. Zolang mensen hun kennis blijven delen op het web en als je weet waar en wat je moet zoeken is internet een zeer waardevol informatiemedium. Een medium wat het zelfs overbodig kan maken om alles wat je leest te onthouden, het is tenslotte altijd weer terug te vinden. De manier van informatieverwerking van jongeren past zich logischerwijs aan aan deze dynamische online omgeving. Vooralsnog blijkt deze aanpassing niet optimaal, maar navigeren jongeren wel een stuk gemakkelijker en sneller door het aanbod van online informatie dan de leden van oudere generaties.

Probleem is dat de manier van informatieverwerking van jongeren momenteel botst met de ideologie van internet als informatiemedium: iedereen is vrij om content te leveren. Dit zorgt naast de enorme hoeveelheid kwalitatieve informatie ook dat veel van de te vinden informatie onbetrouwbaar, onvolledig of onjuist is. Zodra het jongeren echter lukt om online informatie ook snel en doeltreffend op waarde te schatten sluit hun manier van denken beter aan bij online informatie dan de tijdrovende traditionele manieren van informatieverwerking. Naarmate jongeren ouder worden en hun hersenen rijpen, zullen ze steeds beter in staat zijn om informatie te interpreteren en beoordelen. Wanneer het zo ver is zal de huidige generatie jongeren oudere generaties mogelijk voorbij kunnen streven op het gebied van online informatieverwerking.

Een interessantere gedachte is echter wat er kan gebeuren als we nu al beginnen met het leren en begeleiden van jongeren om online informatie beter op waarde te schatten. Door het actief op jonge leeftijd aanleren van metacognitieve vaardigheden als analyseren, rationele afwegingen maken en van perspectief wisselen, zullen jongeren eerder het juiste abstractieniveau bereiken en benutten we het maximale potentieel van deze informatie- generatie. Als we hier meer aandacht aan besteden creëren we een generatie die optimaal is uitgerust met wat we de 21st Century Skills noemen. Wij zijn in ieder geval benieuwd wat dit in de toekomst kan opleveren.

Delen via social of mail.
Close

BLIJF OP DE HOOGTE

Ontvang net als meer dan 6.000 anderen maandelijks jongerentrends, inspiratie en nieuw werk in je mailbox.