Van robofoob naar robofiel

We leiden kinderen en jongeren op voor een toekomst die ongewis is. Volgens het World Economic Forum  krijgt ruim de helft van de kinderen die nu op de basisschool begint, later een baan die op dit moment nog niet bestaat. ‘Wat wil je later worden?’ krijgt zo een heel andere lading. Ontwikkelingen op technologisch, ecologisch en demografisch vlak zullen de arbeidsmarkt in één mensenleven transformeren, zoals feitelijk al decennia aaneen gebeurt. Hoe bereiden we jongeren hierop voor?

Je staat er misschien niet bij stil, maar de kok, de beveiliger; het zijn beroepen die in de toekomst vervangen en ondersteund kunnen worden door robotisering en automatisering. ‘Ben jij bang in de toekomst te worden vervangen door een robot of computer?’, vroeg uitzendbureau YoungCapital onlangs aan 900 jongeren tussen de 17 en 30 jaar. Ruim 30% van hen gaf aan hier terdege bang voor te zijn. De lager opgeleide jongeren zijn vaker robofoob. Maar liefst 40% van de mbo-studenten beantwoordde de vraag met ja, met het saillante detail dat vrouwelijke mbo-studenten hier hoger op scoren (49%) dan mannelijke (28%).

Lager opgeleide jongeren kwetsbaarder
De angst van lager opgeleide jongeren is ook wel terecht. Deloitte onderzocht recent de gevolgen van automatisering en robotisering op de arbeidsmarkt over 10 tot 20 jaar, door prognoses over automatisering te vergelijken met uitstroomgegevens van het mbo, hbo en wo. De conclusie: Hoe hoger iemand is opgeleid, des te minder kwetsbaar hij of zij is. Maar liefst 42,3% van de huidige mbo-studenten wordt volgens Deloitte opgeleid voor werk dat over tien tot twintig jaar potentieel niet meer bestaat. Voor wo-studenten ligt dit met 10,4% een stuk lager.

Bijna helft banen op de tocht
Onderzoekers van de Oxford University voorspelden in 2013 dat 47% van de huidige banen de komende tien tot twintig jaar op de tocht staat. Zij zochten op basis van 702 beroepen naar onderliggende patronen door de vraag te stellen: Wat zijn bottle necks in het automatiseren van werkzaamheden? Zij onderscheiden drie variabelen: 1: Perceptie en manipulatie (met name fijnmotorische handelingen in complexe situaties), 2: creatieve intelligentie en 3: sociale intelligentie. Deze drie variabelen plotten de onderzoekers op beroepen. Waar een afwaskracht of telemarketeer hoog scoort qua vatbaarheid voor automatisering, scoren de beroepen PR-medewerker, modeontwerper en chirurg juist laag.

Ook de Oxford-onderzoekers voorspellen dat met name laagopgeleide, slechtbetaalde functies onder druk staan, in alle sectoren. Met de kanttekening dat deze werknemers zich zullen verplaatsen naar andere, nieuwe functies die minder gevoelig zijn voor automatisering, mits zij hier de sociale en creatieve vaardigheden toe hebben. YoungCapital sluit hier qua analyse op aan: „Jongeren die nu de arbeidsmarkt opkomen, moeten zich bewust zijn van een kentering in de manier van werken. Beroepen waar je sterke sociale vaardigheden voor nodig hebt, zijn beter bestand tegen robotisering en automatisering. Je persoonlijkheid wordt in de toekomst dus steeds belangrijker.”

Hoe bereiden we kinderen en jongeren hier op voor?

1. Betrek kinderen en jongeren én hun docenten bij deze materie
Onlangs brachten we vanuit Youngworks in een co-creatiesessie mbo-studenten, docenten, ouders en praktijkopleiders in gesprek over drie vragen: Welke beroepen zullen nooit verdwijnen? Welke beroepen bestonden 10 jaar geleden nog niet? Welke nieuwe beroepen zullen over 20 jaar niet meer bestaan? Deze vragen bleken een geweldige ingang om te reflecteren op het onderwijs van nu en de toekomst. Al gauw werd het iedereen duidelijk dat veranderingen in de arbeidsmarkt sneller gaan dan we ons doorgaans bewust zijn. En dat dit in de toekomst alleen maar sneller zal gaan. De vraag hoe je je kan onderscheiden van bijvoorbeeld een robot sprak bij veel studenten tot de verbeelding. De meesten zagen het ook niet als een probleem, eerder als een creatieve en sociale uitdaging.

2. Voer een intergenerationeel gesprek
Helemaal interessant wordt dit gesprek als jongeren hierop reflecteren samen met mensen uit andere generaties. Een docent van 50 kan vanuit eigen ervaring andere voorbeelden en levenslessen inbrengen dan een student van 20. Waarbij ze samen leren hoe belangrijk wendbaarheid is en blijft. Ons viel op dat jongeren daarin vaak optimistischer zijn. Zo wist een jonge mbo-student moeiteloos zes toepassingen te verzinnen binnen zijn vakgebied, de bakkerij. Dat optimisme en denken in mogelijkheden sluit goed aan bij de belevingswereld van jongeren, waar ouderen weer van kunnen leren. Mooie uitgangspunten voor co-creatie op dit thema.

3. Besteed meer aandacht aan automatisering en robotisering in opleidingen
Een kookrobot, een zorgrobot, drones die de beveiliging ondersteunen; als je erover gaat nadenken kun je binnen elke sector wel voorbeelden bedenken van werkzaamheden die door robotica en informatica overgenomen kunnen worden. Dat maakt het des te belangrijker om alle jongeren hierin mee te nemen. Dat ze leren voorbij hun robofobie te geraken en kansen en mogelijkheden leren zien. Dit vraagt meer aandacht voor dit thema binnen het mbo, hbo en wo, maar kan niet zonder een fundament van ICT-vaardigheden op jongere leeftijd. Niet voor niets pleiten velen ervoor dat we kinderen al op basisschoolleeftijd leren programmeren. Zodat ze op speelse manier in programmeertaal leren denken en er niet voor terugdeinzen.

4. Zet sociale en creatieve vaardigheden hoger op de agenda
Al jaren wordt betoogd dat sociale en creatieve vaardigheden in de 21e eeuw steeds belangrijker worden. Daarbij wordt vaak verwezen naar de 21st century skills. Robotisering en automatisering bieden een extra argument om deze thema’s meer aandacht te geven in opleidingen, zodat jongeren zich hier ook zekerder in voelen. Zodat ze in hun opleiding al veel meer leren over sociale vaardigheden; van inlevingsvermogen tot kunnen onderhandelen en overtuigen.Veel jongeren van nu zijn opgevoed met het idee dat ze bijzonder en uniek zijn, maar ervaren als ze ouder worden druk omdat ze merken dat het verdomd moeilijk is om je echt te onderscheiden van anderen en origineel te zijn. Alles lijkt al bedacht. Wat is creativiteit eigenlijk? Hoe kun je wel voortborduren op anderen, en hier toch je eigen creativiteit aan toevoegen? Hoe leren studenten zich te uiten en profileren? Maar ook: hoe leren ze hier kritisch op te reflecteren bij zichzelf en anderen? Daarbij is het belangrijk uit te dragen dat creativiteit veel verder gaat dan kunstzinnige expressie, en goed gerelateerd kan worden aan andere disciplines. Denk aan divergerend denken, het meerdere oplossingen kunnen bedenken voor een probleem of vraagstuk, en het leren stellen van vragen.

5. Vul LOB breder in
‘Wat wil je later worden?’, vragen we al op jonge leeftijd aan kinderen. Veel kinderen hebben dan nog geen idee; andere komen met geijkte voorbeelden als voetballer of fotomodel. Als ouders en docenten zich beseffen dat veel kinderen het nog niet kúnnen weten omdat hun toekomstige baan eenvoudigweg nog niet bestaat, ontstaat er vast een breder gesprek over loopbaanoriëntatie. Een gesprek dat in de breedte gaat over talenten, drijfveren, sectoren. Over dingen die je leuk vindt om te doen. Over zaken die je belangrijk vindt. En over werkomgevingen waar je meer over wilt weten. In een wereld waarin baanzekerheid is verschoven naar werkzekerheid is die verbreding meer dan welkom!

Wil je met jongeren in gesprek over beroepen van de toekomst? Dit artikel in Management Team geeft een Top 10. Youngworks boog zich een aantal jaar geleden in de technische beroepen van de toekomst, wat eveneens leidde tot een inspirerende lijst.

Bewaren

Delen via social of mail.
Close

BLIJF OP DE HOOGTE

Ontvang net als meer dan 6.000 anderen maandelijks jongerentrends, inspiratie en nieuw werk in je mailbox.