Meiden presteren beter door de Tweede Fase

Zelfstandig werken, meer ‘talige’ vakken en het kiezen van profielen en studies hebben er voor gezorgd dat meiden nu veel beter presteren in het onderwijs dan jongens. Dat is bijvoorbeeld te zien aan het hoge aantal meiden op het vwo en op de dichtbevolkte collegebanken op universiteiten. Het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt van de Universiteit Maastricht bevestigt deze verschuiving in het onderwijs naar aanleiding van een onderzoek.

De onderzoekers geven een aantal verklaringen voor de goede prestaties van meiden in het onderwijs. Zo worden steeds meer meiden gestimuleerd om (door) te studeren, maar blijkt ook dat zij goed kunnen omgaan met de eisen die het onderwijs stelt. Meiden zijn over het algemeen zelfstandiger en kunnen beter plannen dan jongens. Ook is het zo dat jongens eerder voortijdig uitvallen dan meiden, waardoor de verhouding jongens-meiden die uiteindelijk een diploma behalen scheef getrokken wordt.

Daarnaast is de samenstelling van de arbeidsmarkt veranderd, waarmee ook automatisch de vereisten van het (hoger) onderwijs. Werkgevers verwachten dat nieuwe werknemers in staat zijn zich aan te passen aan een steeds sneller veranderende omgeving, onder andere met de komst van nieuwe technologieën. Ook moet de nieuwe werknemer bereid zijn zich te blijven ontwikkelen in het vakgebied. Om jongeren voor te bereiden op deze veranderingen in de arbeidsmarkt, biedt het onderwijs een zogenoemde actieve leeromgeving aan. Hierbij wordt bijvoorbeeld extra aandacht besteed aan probleemoplossende vaardigheden, het verzamelen van informatie en projectmatig werken. Dus geen docenten meer die de studiestof in hapklare brokken aanbieden aan de passieve student, maar een actief ingestelde student die goed kan samenwerken en zelfstandig aan het werk kan gaan. Het blijkt dat meiden zich beter en sneller kunnen aanpassen aan deze veranderingen, zelfstandiger zijn en goed kunnen samenwerken met anderen. Jongens zijn daarentegen wat analytischer ingesteld (en scoren bijvoorbeeld beter op rekenvaardigheden), maar daar wordt in de tweede fase minder aandacht aan besteed.

Het is niet zo dat jongens nu slechter presteren dan meiden, maar meiden profiteren dubbel zo veel van de veranderingen in het onderwijs sinds de tweede fase, omdat de gestelde vaardigheden meiden nu eenmaal beter liggen dan jongens. Daarbij is de aansluiting op vervolgonderwijs door de komst van de tweede fase vooral voor meiden sterk verbeterd. Meer lezen over dit onderzoek? Download het hier.

Reacties

Klik hier om een reactie achter te laten
Delen via social of mail.